donderdag, september 13, 2007

Bettie Serveert- Palomine


Zomer 1992: vanuit het oosten des lands bereiken me berichten dat er een nieuwe gitaarband onze kant op komt. En dat ze met De Artsen te maken hebben. En dat ze een rare naam hebben, die kant noch muzikale wal raakt.

Gauw wat vriendjes opgetrommeld, kaartjes gekocht en geprepareerd, want immers: de kans om zo af en toe een muzieksensatie van eigen bodem te proeven laat je niet lopen toch?

Melkweg, ik geloof begin september van dat jaar: heb de plaat al lichtelijk van kleur doen verschieten door hem veel in en uit de lade te schuiven.
De zangeres verwart: hoewel zo hollands blond als n wilde boerendochtre kan zijn, intrigeert ze, straalt ze oosterse koelte uit.
naast haar een gitaarnerd die van niemand in de wereld houdt. niemand niet, alleen zn eigen gitaar houdt m in leven. Op drums een Bommeliaanse gezelligerd, die de ene na de andere grijns in zn bekkens lichtflikkert.
Het boeit, het sleept, het sluimert en het barst. Nog steed kan ik "Brain Tag" en "Under the surface" niet aan horen zonder om me heen te kijken of ik de ramen en deuren wel dichtgedaan heb: een koude windvlaag die toch als een deken om je heen kringelt.
En die naam? Nog steeds topcategorie in de lijst van stomme bandnamen als Miles Duyvis en Thelonious Monster, maar de band is er nog steeds. En van Carol houd ik nog steeds n beetje...

Geen opmerkingen: