Terwijl ze rustig de plantjes rondom haar kleine huisje aan het bewateren is, krijgt de oude Tereza bezoek van een vertegenwoordiger van de overheid. Ze is nu zo oud geworden (77, lees ik in de filmrecensies) dat ze met haar ouderdom alleen al een bijdrage heeft geleverd aan de maatschappij. Haar huis zal blijvend worden versierd met decoratieve slingers, zodat iedereen weet: dáár woont een respectabel oud mens.
Tereza wil het niet, maar zal er toch aan moeten geloven. Ze weet immers wat dit betekent: binnenkort zal ze op transport worden gezet, binnenkort zal ze zich moeten vestigen in "De Kolonie", een schimmig gebied aan de randen van het land waar alle oudjes bijeen worden gebracht om nog even lekker verwend te worden en met elkaar te keuvelen over hun voltooide leven. Want dát is de crux van deze politiek: de vluchtige maatschappij heeft niets aan oude sukkelaars, die moeten uit de samenleving worden weggenomen en veilig opgeborgen. U snapt: Tereza heeft daar geen zin in, ze wil helemaal niet onder voogdij van haar dochter staan. Ze pakt haar spaarcentjes, vult een tasje en breekt uit. Onder de radar, uit zicht van de immer controlerende overheid: ze wil gewoon nog een paar bucketlist- dingen doen in haar leven. Inschepen, gaan!










