Posts tonen met het label punk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label punk. Alle posts tonen

maandag, september 21, 2026

Billy Idol should be dead - Jonas Akerlund

Billy Idol should be dead op IMDb (7,4)
 Billy Idol should be dead op Moviemeter (3,44)

Billy Idol should be dead op Melkweg Doc

Dacht ik vroeger altijd dat Billy Idol een forse poseur was met een aantal zeer sterke songs, blijkt nu - na het zien van deze documentaire - dat Billy Idol gewoon een forse poseur is met een aantal zéér sterke songs. Want ja, de conclusie mag wel zijn dat heel veel van de buitenkant van de mooie jongen die punker speelde tot zijn rol behoorde. Het was lastig om een geloofwaardige punker in hem te zien a la Johnny Rotten  of Charlie Harper. Zijn looks waren net effe te goed, zijn bekkentrekken was net iets te gemaakt: het leek allemaal nét niet. Terwijl Idol echt wel een van de archetypische kenmerken van de ware punk bezat: hij was tegendraads en dwars en wilde zich niet gedragen binnen de verwachtingspatronen van de burgerlijke maatschappij.

Die houding bracht William Broad (ja, ook punkers hebben gewoon een civiele naam) al vroeg in conflict met zijn starre vader. William kleurde niet binnen de lijntjes, verbrak het contact met zijn vader en zag in de dan opkomende punkscene in London een geweldige uitlaatklep. Hij stapte in de band Chelsea, begon met maten een punkrockkelderclub van waaruit vervolgens Generation X ontstond. Die maakten lawaai, maar maakten ook naam: al snel werd duidelijk dat Broad (die inmiddels een alias had gevonden en zichzelf daarmee tot idool verhief) een magnetische kracht had: zijn knappe koppie, zijn stoere blikken met scheefgetrokken mond, zijn geheven vuist en zijn lederen verpakking maakten samen dat hij opviel. Gen X werd groter maar zakte uiteindelijk als een soufflé weer in, Idol brak uit de  scene en verhuisde zichzelf naar de VS. 

Naast de verlokkingen van de artiestenwereld (waar Idol op geen enkele manier tegen bestand was en die hem bijna het leven kostten) was Amerika voor hem tamelijk ideaal. Immers, veel minder nuchter dan de Europeanen, knappe smoeltjes doen het goed in de media dus Idol werd er al gauw een posterboy waarvan weinigen de lege huls zagen. Maar zoals vaker in de geschiedenis is momentum belangrijk: in 1981, richting dieptepunt van Idol's strijd tegen de drugs, kwam daar opeens Music Television. 24 uur per dag muziek én beeld: ideaal voor Billy om zich te profileren. Dankzij MTV kwamen er hits, er kwamen megahits, er kwamen filmrollen en andere schijnwerpers. Idol was daar waar hij wilde zijn: middenin beeld. Wij weten nu - doordat hij nog leeft- dat hij uiteindelijk de strijd tegen drugs- en seksverslaving gewonnen heeft, dat ie een markante doch lieve opa is. Het is een wonder dat hij overleefde, hij zou eigenlijk dood moeten zijn geweest. Heerlijke documentaire.

FIN - song : Billy Idol - Dying to live

dinsdag, juli 28, 2026

Head South - Jonathan Ogilvie


 Head South op IMDb (6,6)

Head South op Moviemeter (3,24)
Head South op Wikipedia

Dat een film boordevol goede bedoelingen zit, wil nog niet zeggen dat het ook goed uitpakt. Deze film noem ik dan ook "sympathiek" en/of "onderhoudend", omdat ik juist die goede bedoelingen er wel doorheen zie. Veel herkenbaarheid zie ik met de periode waarin deze film speelt: ik was toen net een paar jaar ouder dan de hoofdpersoon maar herken die drang om nieuwe dingen op te zoeken, om jezelf te uiten. Precies dát pakt in deze film goed uit, je kunt er met een mooie glimlach naar kijken.

1979, Christchurch. Angus ziet zijn vader worstelen met de gedachte dat zijn vrouw overweegt hem te verlaten. Ze is nu tijdelijk in een motel getrokken zodat hij alleen met zijn somberende pappie overblijft. Geen goed gesternte voor een jochie van nog geen 18 jaren: net nu hij doorheeft dat hij een andere kant op wil dan zijn flauwgrappende vrienden, net nu hij een mooi meisje ontdekt dat pas in de wijk woont, net nu hij ontdekt dat die muziekwinkel in de buurt toch echt verdomd interessant spul heeft. 
Het grote nadeel is dat Angus niets te bieden heeft: klein, jong, onervaren, burgerlijk. Er moet dus iets gebeuren: hij start een band. Of nou ja, hij wíl een band starten maar hoe doe je dat zonder instrumenten, zonder bandleden en zonder songmateriaal? Terwijl pappie doorsombert en doordrinkt, zet Angus zijn eerste stappen: hij bemachtigt een basgitaar, hij schrijft quotes en zinnetjes op om tot een soort van materiaal te komen, hij knoopt een verbinding aan met het meisje van de drogisterij dat immers gitaar speelt. Het lukt Angus om meerdere touwtjes aan elkaar te knopen maar dat wil nog niet zeggen dat hij overal successen boekt. Punk, man!

Met: Ed Oxenbould, Roxie Mohebbi, Marton Csokas, Benee Stella Bennett

dinsdag, juli 07, 2026

I was a teenage Sex Pistol - Nick Mead/ Andre Relis

I was a teenage Sex Pistol op IMDb (7,5)
 I was a teenage Sex Pistol op Moviemeter (3,67)

I was a teenage Sex Pistol op Wikipedia

"Bert is a truly fanatic Sex Pistols-fan", zo concludeerde meneer Veken, mijn toenmalige leraar Engels, toen ik in de klas een button op het neusvleugeltje van mijn bril bevestigd had. Wist ik veel, jochie van 16 en onder de indruk van de poses die de onruststokers uit Engeland aannamen. Uiteraard kocht ik de plaat (iets wat ik later nog een keer herhaald heb toen ik mijn "second life of vinyl" startte). Punk heeft me veel gebracht: uiteraard de muziek, maar ook vele vrienden en prachtige concerten. Niet dat ik er zelf volgens de geldende moderituelen bij liep, maar de attitude en de energie deden mij goed. Ik ging er hard op, zo gezegd. Niet verwonderlijk dan ook dat ik gisteren bij het betreden van de filmzaal al enkele oude bekenden tegenkwam, allemaal klaar voor een paar uurtjes nostalgie.

Het o zo brave Nederland deed het op dat moment nog met Spargo en Vader Abrahams Mieke toen in Engeland al het spel op de wagen ging: de rigoureuze politiek van Margret Thatcher, de nakende werkloosheid en de aanhoudende impact van de koude oorlog maakten dat een hele generatie opgroeide met de gedachte dat er voor hen geen toekomst was. Die gevoelens moesten eruit, de tijdgeest nodigde als het ware de kantelingen uit. Twee mensen in London voelden dat heel goed aan: modeontwerpster Vivienne Westwood en vooral haar "zakenpartner" Malcolm McLaren wisten heel goed wat ze moesten doen om een subcultuurtje op te richten. Hun kledingwinkel werd van naam veranderd in "Sex", winkelbediende Glen Matlock knutselde eigenhandig de gevelversiering in elkaar. De gevolgen zouden immens zijn.

Randfiguren voelden zich aangetrokken tot deze plek, Matlock had al snel door dat er met een paar bezoekers best een bandje op te zetten viel. Allemaal gespeend van muzikale kunde (nou: niet allemaal, want Matlock kon echt wel georkestreerde klanken uit zijn bas krijgen) clusterden ze zichzelf tot een rebels team. Een oefenruimte in, op advies van McLaren kwam er zelfs een zanger bij. Deze John Lydon bleek de katalysator te zijn voor een aantal jaren ophef. The Sex Pistols ontstonden met een knal, overrompelden radiostations, vernielden podia en zalen en - dat vooral - ontregelden de media met hun destijds spraakmakende vloeken en een totaal gebrek aan ontzag voor het establishment. Optredens, een tour en uiteindelijk bijna een plaat. Nou ja, die plaat kwam er wel maar Matlock maakte het niet meer mee. Niet als bandlid tenminste, hij werd er op vakkundige wijze uitgewerkt door McLaren en de inmiddels tot Johnny Rotten omgedoopte Lydon. Matlock was de muzikant van de club, maar niet zo punk qua uitstraling als John Simon Ritchie, die onder de geuzennaam Sid Vicious zijn vervanger werd op de basgitaar. Achteraf beschouwt Matlock het als een zegen, hij kan het immers allemaal navertellen. Iets wat hij in deze heerlijk onderhoudende documentaire dan ook met verve doet.

Gezien in : Cinema Oostereiland
FIN - song : Sex Pistols- Pretty Vacant (live in Stockholm)

zondag, april 02, 2017

Gimme Danger - Jim Jarmusch

Gimme Danger op IMDb (7,2)
Verplichte kost. Tenminste, voor iemand als ik. Zestien was ik toen de punk uitbrak. En uiteraard viel ik meteen voor de muziek van die rare ruige, gevaarlijk uitziende meneer die de Toppop-studio afbrak. Heb hem in later jaren twee keer live gezien en ben als muziekadept - zeg maar: net zo muziek- als filmverslaafd - ook de historische wegen van meneer Osterberg nagegaan. Iggy is voor mij een held. Meer als icoon dan muzikaal, maar dat is persoonlijk.

Deze documentaire gaat juist over de zwaarwegende muzikale betekenis die zijn muziek heeft voor de popgeschiedenis. En dan eigenlijk vooral de muziek van zijn band. Ruimhartig geeft Iggy in deze documentaire toe dat hij maar een beperkte muzikant is en dat hij zijn verwoestende imago alleen heeft kunnen opbouwen door de gedegen rockfundamenten die zijn Stooges-band onder zijn teksten legde. In de jaren 70 stukgelopen op een gebrek aan begrip, maar in de jaren 90 en 00 opeens hergewaardeerd en erkend als "van grote invloed op de muzikale ontwikkelingen van de rock". in de film zit wat dat betreft een veelzeggend citaat. Als Iggy wordt gevraagd welke belangrijke bijdrage hij heeft geleverd aan de muziek, respondeert hij met "Well, I helped tear down the sixties".

Nogmaals: dit is voornamelijk interessant voor liefhebbers, maar ik moet wel zeggen dat Jim Jarmusch het opnieuw heel kundig verbeeldt. Fijne docu.

Met: Iggy Pop, Ron Asheton, Scott Asheton , James Williamson, Mike Watt

woensdag, maart 25, 2015

We are the best! (Vi är bäst!) - Lukas Moodysson

We are the best op IMDb
Omdat ik Lukas Moodysson eerder mooie dingen heb zien maken én omdat ik de punkattitude nog steeds een van de fijnste menselijke opstellingen vind, keek ik deze film. Dit terwijl het achteraf meer een jeugd- dan een volwassenenfilm was, maar goed..

Bobo en Klara zien jonge tienermeisjes die ietwat buiten de grijze middenmoot vallen op hun middelbare school. Dit omdat ze een afwijkende en maatschappijkritische houding aannemen. Op die leeftijd kan dat maar 1 ding betekenen: je wordt punk en begint een bandje.
Eerst is de band het vehikel om de teksten überhaupt naar buiten te krijgen (weg met sport!) maar later worden de meissies toch iets serieuzer. Als op het jaarlijkse schoolfeest een ander meisje serieus goed gitaar blijkt te kunnen spelen, wordt geprobeerd haar als bandlid te werven.
Er doemt zich een probleem op: het meisje komt uit een Jehova-gezin en kent alleen maar "Cumbaya"-liedjes. En staat dus haaks op de punk-instelling van Klara en Bobo.
Een ontmoeting met iets succesvollere (mannelijke) leeftijdsgenootjes zet hormonaal een en ander in versnelling en de eerste strubbelingen beginnen zich te tonen.

Fraaie ontwikkelingen, lieve film en big-up voor punk! Ook al is het op tienertoer....

Billy Idol should be dead - Jonas Akerlund

Billy Idol should be dead op IMDb (7,4)   Billy Idol should be dead op Moviemeter (3,44) Billy Idol should be dead op Melkweg Doc Dacht ik v...